fbpx

#17Meinie Nicolai: Ontmoet de General Director van Artsen zonder Grenzen.

Ontmoet Meinie Nicolai. In de jaren 90 zakte deze energieke vrouw af uit het noorden van Nederland. Na jaren humanitaire inzet over heel de wereld staat ze nu aan het hoofd van Artsen zonder Grenzen als General Director.

Een bijzonder sterk en warm verhaal over hoe een vrouw van 3 kinderen, te midden van oorlogen, conflicten en ellende een verhaal van hoop, optimisme en warmte brengt. Met passie en vuur vertelt Meinie over haar nieuwe opdracht en het leiderschap waarmee zij de werking en structuur van AZG wil aanpassen aan de nieuwe wereld en de uitdagingen van de 21ste eeuw. Watch and learn. 

Was werken bij Artsen zonder Grenzen een kinderdroom voor jou?

Dat kun je wel stellen. Ik studeerde eerst verpleegkunde, later Tropische Geneeskunde.. Humanitair werker zijn, dat was mijn doel. Het parcours om daar te geraken gaf ik bewust vorm. Tijdens mijn eerste missie, een zwaar conflictgebied, werd ons team geëvacueerd naar veiligere oorden. Het hele team wou terug naar België maar ik wilde terug gaan.

Die weerstand en doorzetting pikte de organisatie snel op. Tijdens mijn tweede missie was ik al coördinator! 

De eerste jaren waren echt heftig en zwaar. Na verloop van tijd groeide ik door tot Landen Verantwoordelijke. Ik kreeg de mogelijkheid om een Master in Public Health te volgen in Londen en werd moeder. Een periode van hard werken. Na een korte passage bij het Tropisch Instituut in Amsterdam, vroeg AZG mij om ‘Director of Operations’ te worden op het kantoor in Brussel. Vervolgens werd ik de voorzitter van de Raad van Bestuur van AZG. 

Je ziet een hoop titels maar daar ging het mij nooit om. Als General Director heb ik een duidelijke agenda: De groeiende technische complexiteit van onze acties vraagt expertise en ondersteuning. Maar die mag en kan niet alleen van Brussel komen. Tot nu toe was de organisatie zeer verticaal georganiseerd. Ik wil de projectteams ter plaatse terug centraal stellen en naar een vlakke organisatiestructuur gaan. 

Dat is een duidelijke focus met een behoorlijke uitdaging. Was je zeker van je stuk toen je solliciteerde voor de functie van General Director?

Wat de inhoud betreft zeker. Ik stelde me wel de vraag: ‘Moet er hier geen nieuw bloed komen? Een frisse wind?’ Maar ik zie dit probleem en heb een oplossing. Door mijn ervaring beschik ik gelukkig over de credibiliteit om dit in vraag te stellen. Je moet weten waarover je spreekt.

Geloof en vertrouwen in je opdracht zijn cruciaal, anders begin je er beter niet aan. 

De uitdaging is om AZG een meer horizontale structuur te geven waar de kracht terug op het terrein komt te liggen. We gaan voor een learning organisation, niet alleen vanuit Brussel maar ook tussen landen onderling. In Brussel weten we heus niet alles beter, er is zoveel expertise op het terrein. Delen met elkaar is mijn kernboodschap! Dat moet leiden tot meer efficiëntie en een betere hulpverlening. Dit vraagt natuurlijk tijd en de nodige investeringen. We werken stap voor stap, en we beginnen met mensen die goesting hebben. 

Wat waren de sleutelmomenten in je carrière? 

In Rwanda was ik Landen Verantwoordelijk en zwanger. Ik ondervond zeer veel weerstand van alle partners alsook in mijn eigen organisatie. Toen ben ik even gestopt en voor een andere organisatie gaan werken, geen leidinggeven meer maar werken als expert. 

Die korte uitstap deed me deugd. Na verloop van tijd zag ik terug de kracht van de AZG. Eruit stappen en afstand nemen gaf me rust. Je maakt wel wat mee, oorlogen, ellende. Bovendien veranderde het moeder zijn me toch. Je gevoeligheid stijgt.

Het is heel verfrissend om even andere oorden op te zoeken.

Daarna vloog ik er met evenveel passie opnieuw in bij AZG.

Heb je mentoren gehad? Waar haalde je de inspiratie om door te blijven doen?

In elke missie was er wel een uitzonderlijk iemand. Ik heb nooit een formele coach of mentor gehad. Wel keek ik naar collega’s en mensen die fantastisch werk deden. Daar leerde ik uit.

In mijn tweede missie werd ik er echt ingegooid. Learning by doing.

Ik voelde wel altijd het vertrouwen van de organisatie, maar de boodschap was: Red je maar! Achteraf kan je daar mee lachen.

Maar ik was ook heel enthousiast en die passie heb je wel nodig. Ook in je leiderschap. Soms beschreef men mijn toekomstige teamgenoten als ‘moeilijk en niet te managen mensen’. Maar ik tracht in mijn werkwijze altijd respect op te brengen voor wat één ieder doet. Ik sta altijd open, kijk naar verbinding en samenwerking.

Ik stel me nooit boven iemand. Toon dat je hetzelfde objectief hebt. Gooi je er samen in. Het werkte altijd met mooie resultaten en prachtige missies als gevolg!

Wat is je drive in je leiderschap?

Wel dat is glashelder: Mijn voortdurende passie en engagement om onze mensen op het terrein van echt van betekenis te laten zijn. Dat zij het humanitaire werk ten volle te kunnen uitoefenen. 

Soms zijn er wel harde beslissingen te nemen, dat is nu eenmaal de verantwoordelijkheid die met dergelijke functies gepaard gaan. Dat wil je wel op een manier doen die mensen begrijpen en dat ze je blijven vertrouwen.

Ik vind mezelf niet zo’n goede manager, soms laat ik wel wat steekjes vallen maar ik blijf altijd dicht bij mezelf. Ik hou altijd voor ogen waarom we ons werk doen. Dat vertaal ik in hoe ik spreek, hoe ik luister. Maar eerst luisteren dan spreken.

Wat betekent dat voor jou ‘Dicht bij jezelf blijven’?

Wel geen rol aannemen die ik niet ben. Ik ben geen getrainde manager met allerhande concepten. Ik zit op deze functie omdat ik al lang voor deze organisatie werk, en ze zeer goed ken, dat is mijn kracht. Ik probeer mensen mee te nemen, maar nooit alleen.

Ik kan rekenen op collega’s die ik echt vertrouw en die competenties hebben die beter zijn dan ik. We zijn complementair en dat werkt erg motiverend. Noem me gerust een ‘AZG-er’ , ik zou geen goed manager zijn in een andere organisatie. 

Zit je soms in gewetensnood?

Tijdens ernstige security incidenten of bij de Ebola-epidemie, kan ik echt wel slapeloze nachten hebben. Dan is het stressniveau bijzonder hoog. Je weet dat jouw beslissingen enorme risico’s kunnen inhouden voor het personeel. Na het bombardement van het hospitaal in Afghanistan, maakten we analyses, kijken we hoe het fout is kunnen gaan, wat hadden we beter of anders kunnen doen. Die vragen zijn bijzonder gevoelig, essentieel en confronterend.

Van elke beslissing moet je met de gevolgen omgaan en dat kan best zwaar zijn. 

Hoe manage je zulke high-stress situations?

Vooreerst deel je de verantwoordelijk in zulke situaties. Ten tweede, mijn gezin. Zij brengen me terug in de wereld van elke dag. Het gezin is voor mij een beschermende functie. Dit soort werk kan je 15 uur per dag doen. Maar je moet kunnen stoppen anders overleef je het niet. Een stabiele privé situatie is absoluut noodzakelijk, met dank aan mijn man natuurlijk. 

Ik ben veel afwezig geweest als moeder. Soms voelde ik me wel schuldig. Je komt wel eens te laat of je vergeet een verjaardag. Op een bepaald moment zei mijn 12-jarige dochter:

‘Je denkt dat je een slechte moeder bent hé, maar dat ben je niet mama’.

Dat was een groot cadeau. Wat ze me toen gaf zal ik nooit vergeten. 

Waar zie jij voor jezelf een uitdaging?

Mensen overtuigen van de zin en het nut van de veranderingen. Leren geduld te hebben en iedereen te betrekken in de verandering. Ik zie het allemaal in mijn hoofd maar het is ontzettend belangrijk om tijd te geven aan criticasters en draagvlak te creëren. Je kan snel gaan maar dan haken mensen af. Verspilde tijd en energie.

Verder is er de uitdaging om deze verandering over alle projecten in de wereld uit te rollen in tijden van weinig groei en beperkte budgettaire middelen. Maar je moet investeren en erop vertrouwen dat de resultaten volgen. 

Tot slot wil ik ambitieus blijven en mezelf steeds blijven afvragen hoe ik het beter kan doen. 

Wat geeft je hoop in de moeilijke omstandigheden waarin jullie werken?

Dat moment dat je ergens bent, dat je probeert te helpen de situatie van mensen in nood te verbeteren door hen medische zorgen te geven. Dat blijft een fantastisch gegeven. Ook al ben je de dag erna weg of sterven ze. Jij was daar op dat moment om dat te doen en die energie van de humanitaire hulpverlening blijft hoopvol.

Tijdens de ebola crisis zei iedereen: ‘Jullie vinden nooit mensen om dat werk te doen’. We ze stonden hier in wachtrijen klaar om die gevaarlijke missie aan te gaan. Dat geeft hoop. Dat verdwijnt niet. Gelukkig!  

Dankjewel voor dit prachtige en inspirerende interview Meinie!

Stijn Staes
 

>